

De gemeente Helden bestaat uit de volgende kernen:
Beringe / adressen
Egchel / adressen
Grashoek / adressen
Helden / adressen
Koningslust / adressen
Panningen / adressen
Het ontstaan van de gemeente
In 2003 werden op het noordelijk deel van het plangebied industrieterrein in Panningen resten gevonden van crematiegrafvelden en twee boerderijen uit het Neolithicum, dat is 6000 jaren geleden. Niet precies bekend is hoe oud de gemeente en wat de betekenis van haar naam is. De oudst bekende schriftelijke bronnen dateren van 1144 en 1230, maar het grondgebied van Helden is al veel eerder bewoond geweest, getuige de prehistorische vondsten (onder andere uit de brons- en ijzertijd). Bovendien duiden de namen Panningen en Beringe op de Frankische tijd (omstreeks 900), evenals andere toponiemen, zoals Schrames, Stogger en Deinderik. In een oorkonde van 1230 wordt door Willem, heer van Horne, het patronaatsrecht van de kerk van Helden geschonken aan de abdij van Averbode. Deze abdij van Averbode verkreeg hierbij ook het recht om de pastoor van Helden te benoemen. Daarnaast verkreeg de abdij belangrijke inkomsten uit de bijbehorende tiendplichtige boerderijen en landerijen.
Voor wat de naam Helden betreft wordt verwezen naar het woord ‘held’, een oude benaming voor moeras en ven, en het woord ‘dene’, dat nederzetting betekent. Aldus zou de naam Helden verwijzen naar een nederzetting bij een ven of moeras. Nu was er in Helden, aan de rand van de Grote Peel, geen gebrek aan moeras en andere woeste gronden. In 1909 was van de totale oppervlakte van 7.000 hectare, nog maar 2.283 hectare in cultuur gebracht.
Enkele archeologische vondsten in Helden: de sierschijf en het marsbeeldje
Verguld zilveren sierschijf, gevonden in 1844 bij het turfgraven in de Peel bij Helden-Grashoek onder het buurtschap Maris. Vervaardigd in de eerste eeuw vóór Christus, in Thracië (het huidige grensgebied Roemenië/Bulgarije), nabij de monding van de Donau. Mogelijk door de Romeinen meegevoerd naar onze contreien. Wanneer de sierschijf, samen met zijn eigenaar, te water is geraakt in de Heldense Peelmoerassen, is niet met zekerheid vast te stellen. Wel opmerkelijk is dat deze sierschijf gevonden werd op een afstand van ruim één kilometer hemelsbreed van een tweede topstuk uit de Nederlandse archeologie: de gouden helm, gevonden in 1910. Van dit kunstvoorwerp is door bijkomende muntvondsten bekend, dat het in het jaar 320 na Christus in het moeras terecht gekomen is.
Aan de Kwistbeek is in 2005 een lange bewoningsgeschiedenis aangetroffen in het plangebied Schrames. Schrames is een Keltisch toponiem dat “bocht in het landschap” betekent. Hier is bij archeologisch onderzoek een constante bewoning aangetoond vanaf de Steentijd (ongeveer 3000 v. Chr.) tot in de 19e eeuw. Vastgesteld is dat op het gebied Schrames de bewoning van Helden begonnen is. Dit betekent dat de eerste voorouders van de Heldenaren daar geleefd hebben. Er zijn diverse archeologische vondsten gedaan, zoals vijfendertig huisplattegronden, waterputten, gereedschappen, wapens (o.a. een vuistbijl) en wellicht de belangrijkste vondst; een beeldje van de Romeinse oorlogsgod Mars.
Staatkundige geschiedenis
Staatkundig behoorde Helden tot 1279 bij het graafschap Kessel, dat zich uitstrekte tot Venray. In genoemd jaar verkocht Hendrik IV van Kessel zijn graafschap aan Reinoud I van Gelder en sindsdien maakte Helden deel uit van het Overkwartier van Gelder met Roermond als hoofdplaats. Het Gelders Overkwartier behoorde sinds het verdrag van Venlo in 1543 aan de Spaanse Habsburgers als hertogen van Gelre. Tot 1674 vormden Helden en Kessel een bestuurlijke eenheid, een heerlijkheid met één schepenbank. De zittingen van de schepenbank vonden plaats in Kessel, maar vanaf 1618 werden er in Helden ook al ‘gerichtsdagen’ gehouden. De oudst bekende schepenzegel van Helden dateert van 1623. In 1620 vond een belangrijke codificatie van het recht plaats. Toen werden de zogenaamde Geldersche Land- en Stadrechten in een wetboek vastgelegd. Dit wetboek vormde tot de Franse Tijd (±1800) de basis voor het rechtsprekende college van de Heldense Schepenbank. Het jaar 1674 is een belangrijk jaar voor Helden. De Spaanse koning, in geldnood geraakt door de vele oorlogen die hij moest voeren, verkoopt een aantal van zijn ‘heerlijkheden’ waaronder Helden. Helden wordt nu een zelfstandige heerlijkheid en de koper is Jan Renier Bouwens van der Boye, Raedt ende Landrentmeester generaal van Gelre.
Om zijn status als Heer van Helden nog wat te verhogen kocht Jan Renier Bouwens van der Boye het jaar daarop ook nog het adellijk huis Ten Hove (gelegen in Panningen-Everlo). Van dit adellijk huis is aan het Haagveld in Everlo nog de voormalige kapel bewaard gebleven. Toen de Spaanse koning Karel II kinderloos in 1700 overleed ontstond er oorlog over zijn nagelaten bezittingen. Uiteindelijk werd het Spaanse Overkwartier van Gelre in 1714 verdeeld tussen Oostenrijk, De Staten Generaal der Verenigde Provinciën (Holland) en Pruisen. Helden kwam te behoren tot Pruisen. De 80 jaar dat Helden tot Pruisen behoorde wordt gekenmerkt door een steeds grotere invloed van het centraal gezag. Zo werd onder meer de gemeente in kaart gebracht om zo ook de Koninklijke tiendrechten vast te stellen. Pruisen voerde een actieve economische- en bevolkingspolitiek. Het ontginnen van de vele woeste gronden werd bevorderd evenals de handel en nijverheid. Ook volksgezondheid en onderwijs, verbetering van wegen en brandveiligheid waren onderdeel van het beleid. Bij dit alles stond toch het belang van de koning voorop. Immers meer welvaart in het land betekende meer belastingopbrengst, dus meer geld voor een groter leger en weer meer expansiemogelijkheden voor de Pruisen. Dit hebben de Heldenaren geweten. Vooral tijdens de zogenaamde Silezische oorlogen in de jaren 1740-1763 heeft Helden veel geleden en moesten er enorme oorlogsschattingen betaald worden. Op administratief gebied werden veel meer eisen aan de gemeente gesteld. Er kwamen talloze nieuwe verordeningen en van van alles en nog wat moesten er statistieken worden gemaakt. De gemeente wordt meer dan eens beboet voor nalatigheid. De schepenen klagen er over dat zij zoveel werk hebben met de gemeentezaken, bovendien slecht betaald worden en nauwelijks tijd hebben voor hun eigen werk. In de jaren 1783-1788 werd in Helden ook een nieuw raadhuis gebouwd.
Na de Franse Revolutie volgde in 1794 de verovering door de Fransen van deze streken. Hun komst bracht behalve veel leed en ongemak ook veel blijvende veranderingen. De inwoners van Helden, voorheen nog onderworpen aan een feodale wetgeving en de privileges van hun heer, werden thans gelijkgerechtigde burgers in een groot staatsbestel, onder uniforme wetgeving. Ook de betekenis van de invoering van onder andere het decimale stelsel van maten en gewichten, de burgerlijke stand en het kadaster mag niet onderschat worden. Veel aandacht had de aanleg van infrastructuur, zoals wegen (Napoleonsbaan), en vaarwegen (De Noordervaart in Beringe is een van de resten die ons herinneren aan de poging van de Fransen om een verbinding te water tussen Schelde-Maas en Rijn tot stand te brengen). Na de nederlaag van Napoleon in 1814 ging Helden over naar het Koninkrijk der Nederlanden. In 1830 bij de Belgische Opstand kwam Helden zoals het overgrote deel van Limburg onder Belgisch bewind.
In de Belgische tijd waren er in de gemeente nogal wat ongeregeldheden die samenhingen met de afscheiding en het zelfstandig worden van de parochie Panningen (of Kapel) waartegen de moederkerk van Helden-Dorp hevig gekant was. Door het tractaat van Londen in 1839 werd de tegenwoordige provincie Limburg en waaronder dus ook Helden tegen hun zin weer bij Nederland gevoegd. Zo waren de Heldenaren in nog geen 50 jaar vijfmaal van nationaliteit veranderd. Van Pruis tot Fransman, dan Nederlander, vervolgens Belg en tenslotte weer Nederlander. Interessant is het dat er binnen de gemeentegrenzen van Helden diverse dialecten gesproken worden waarvan de oorsprong te herleiden is naar de herkomst van de oorspronkelijke bevolking.
Een eeuw van rust 1840-1940
Een eeuw van betrekkelijke rust volgde. Helden was van oudsher een landbouwgemeente. Het was een hard bestaan op de arme peelgronden. Voor en na werd heide en moeras ontgonnen. Aan het einde van de 19e eeuw begonnen de ontgravingen van turf die leidden tot een flinke uitbreiding van het cultuurareaal. De Eerste Wereldoorlog ging voor de Heldenaren betrekkelijk rustig voorbij. Moeilijk waren echter de zogenaamde crisisjaren 1930-1940. Er heerste toen veel armoede.
De bevolking was in die 100 jaar gestegen van 2710 tot 7478 inwoners.
Helden in de oorlog 1940-1945
Veel leed bracht deze oorlog ook in Helden. Bijna 100 inwoners verloren hun leven. Tientallen gebouwen werden verwoest of beschadigd. Helden was in de oorlog een haard van verzet tegen de Duitsers. Ontstaan uit de jeugdorganisatie groeide het verzet uit tot een hechte organisatie.
Op een gegeven moment bestond ongeveer 10 procent van de inwoners (of ongeveer 700 à 800 mensen) uit onderduikers waaronder veel Joden. De verzetsorganisatie stond voor grote problemen. Waar werd voedsel, geld en valse papieren voor al deze mensen vandaan gehaald? Ook liep er via Helden een belangrijke pilotenlijn. Geallieerde piloten werden geholpen terug te keren naar Engeland.
Groot was de hulp van de Heldense bevolking. Deze activiteiten konden op den duur voor de Duitsers niet verborgen blijven. Razzia’s volgden. Burgers werden gedeporteerd of zelfs ter plaatse doodgeschoten. Op 8 oktober 1944 werden 800 mannen gearresteerd, naar Duitsland afgevoerd en daar te werk gesteld. Van hen keerden er 36 niet terug.
De bevrijding van Helden 16-21 november 1944
Herfst 1944: voor veel ouderen een tijd om nooit te vergeten. De gedachten gaan dan terug naar het oorlogsgeweld, dat toen in deze streek losbarstte. Het oorlogsfront naderde. Een regen van granaten trok een vernielend spoor door de dorpen. Tientallen medeburgers werden gewond of gedood. 
Er volgden deportaties en evacuaties. Men huisde in schuilkelders. Alle communicatiemiddelen waren uitgevallen. Geen bus of trein, geen post, telefoon, radio of krant. Gevoelens van angst, onzekerheid en verwarring gaan het dagelijkse leven beheersen. En steeds maar de vraag wanneer zullen wij bevrijd worden?
Eindelijk op 14 november 1944 start bij Nederweert het 12e Britse Legerkorps de operatie Notekraker die de bevrijding zal brengen. Tegen de avond van de l6e november wordt het Afwateringskanaal en De Noordervaart bij Beringe door de Britten bereikt. De Duitse frontsector in Helden wordt nog door fanatieke Duitse Fallschirmtroepen onder commando van majoor Matthaeas verdedigd.
Het zwaartepunt van de Duitse verdediging ligt aan De Noordervaart aan het kanalenkruispunt, drie kilometer ten zuiden van Beringe. Beringe, waarvan de inwoners geëvacueerd zijn, komt onder zwaar granaatvuur te liggen. Britse tanks worden in Beringe buiten gevecht gesteld. Op 18 november bereiken de Britten Panningen en Helden. Op 20 november trekken de laatste Duitsers vanuit Koningslust zich richting Sevenum terug. In die vijf dagen zijn naar schatting een honderdtal Britse- en Duitse soldaten in Helden gesneuveld. Helden was weliswaar bevrijd maar het gevaar was nog lang niet geweken. Het Britse front was bij de Maas blijven steken en de Duitse artillerie stond aan de overkant en kon zo Helden nog onder vuur leggen. Dit zou tot 1 maart 1945 duren.
Het was een trieste winter in het bevrijde Helden.
Helden 1945-2008
Ondanks de oorlogsverwoestingen bleven de Heldenaren niet bij de pakken neerzitten. De verwoeste boerderijen en kerken werden herbouwd. Al spoedig bleek dat uitbreiding van het landbouwareaal niet meer mogelijk was. Er volgde een intensivering van de landbouw en tuinbouw. Specialisatie en schaalvergroting van de agrarische bedrijven werden het kenmerk. De productiecapaciteit nam enorm toe. Zo ontwikkelde het kleine gemengde agrarische bedrijf van de peelboer zich in enkele tientallen jaren tot een onderdeel van een dynamisch agri-businesscomplex. Niettemin kon de land- en tuinbouw niet voldoende werk verschaffen voor de sterk groeiende bevolking.
Vanaf 1960 wordt door de gemeente een actief industriebeleid gevoerd. Het begon in 1961 met een vestiging van Philips op het nieuwe industrieterrein in Panningen. Tenslotte waren daar 40 bedrijven gevestigd en volgde een nieuwe industrielocatie in Beringe. Verdere ontwikkelingen op sociaal- en cultureel terrein volgden. De hele infrastructuur van Helden veranderde ingrijpend. De kernen Panningen en Helden groeiden in het uitbreidingsplan de Riet uit tot een dubbelkern. Er werd een nieuw gemeentehuis, sporthallen en scholen gebouwd.
Helden rond 1940 een arme Peelgemeente met rond 7.000 inwoners groeide in ruim 60 jaar uit tot een dynamische gemeente met bijna 20.000 inwoners, die nu ook zeer in trek is als woongemeente.
Wapen en vlag van Helden
Al in 1867 werd aan Helden een gemeentewapen toegekend, destijds letterlijk omschreven alsvolgt: zijnde een schild van lazuur, beladen met een naar voren gekeerde St.Lambertus in bisschoppelijk gewaad van goud, houdende in de linkerhand een zwaard en een palmtak, in de rechterhand een bisschopsstaf, alles van goud, het geheel omgeven van het randschrift Gemeentebestuur van Helden (Limburg). In 1969 werd een gemeentevlag ingesteld, bestaande uit zes grote en zes kleine banen die duiden op de zes kerkdorpen en de zes gehuchten waaruit de gemeente Helden oorspronkelijk bestond. Door de afwisselende kleur van de banen ontstaat een scheidingslijn die verticaal door de vlag loopt. Deze lijn stelt voor de taal- of dialectgrens welke door de gemeente loopt en aangeeft dat ten noorden van de lijn Weert-Venlo het Brabants-Gelders dialect en ten zuiden hiervan het echte Limburgs dialect gesproken wordt.
Streekmuseum ′t Land van Peel en Maas
Veel meer over Heldense geschiedenis kunt u vinden in Streekmuseum ′t Land van Peel en Maas (voorheen oudheidkamer De Moennik). In 1985 begon de Heemkundevereniging Helden met de inrichting van een oudheidkamer. Dit initiatief is uitgegroeid tot het huidige streekmuseum. De geschiedeniskamer verhaalt de historie van Helden. Een steeds afwisselende fototentoonstelling belicht een bijzonder aspect van de geschiedenis. Er is een oude nagebouwde keuken en kamer te zien uit het begin van deze eeuw. Voorts een uitgebreide collectie oude werktuigen. Verder vele archeologische vondsten. Speciaal aandacht verdient het documentatiecentrum dat uniek is voor de regio. In het bijzonder de collectie Peeters omvat een 400-tal boeken, klappers en inventarissen. Deze verzameling bevat een schat aan gegevens over doop, trouw en overlijden in deze regio en is ideaal voor een stamboomonderzoek. Verder kunt u kijken in oude kranten, oude weekbladen en in het archief van foto’s en bidprentjes. Ook beschikt het streekmuseum over een uitgebreide bibliografie van de gemeente Helden.
Streekmuseum ′t Land van Peel en Maas, aan de Koeberg 3, 5988 NE Helden.
Openingstijden: oktober tot en met april elke woensdag en zondag van 14.00-17.00 uur, van mei tot en met september elke dag in de week van 11.00-17.00 uur behalve op dinsdag; groepen eventueel op afspraak. Kijk ook op www.museumpeelenmaas.nl, www.kerkeboske.nl.
Archief gemeente Helden
Toos Wilms, (077) 306 67 69, e-mail: twi@helden.nl.